Hij dook, spetterde en plonsde, toen hij plotseling iets kouds en heel groots
langs zijn zwemvliezen voelde glijden.
Hij kwaakte een kreet en fladderde naar de kant.
Hijgde even uit met zijn eendekontje op het zand,
gluurde naar het zwarte water
en daar zwom de grootste walvis die hij ooit had gezien.
“Ga terug!” riep Alfred, “Het is hier veel te ondiep!”
Maar de walvis was helemaal in paniek en kon niet luisteren.
Twee tellen later lag de walvis naast Alfred in het zand,
wild zwaaiend met haar staart probeerde ze terug te bewegen de zee in,
maar dat lukte niet meer.
Alfred holde naar een strandtent
waar toevallig net de “Natuurclub” aan het vergaderen was,
ze spraken onder andere over schoon drinkwater en de kleur van de lucht.
“Willen jullie me helpen?” riep Alfred, “Er ligt daar een walvis op het droge!
Jullie zijn met meer dan honderd,
denken jullie het lukt om met zijn allen de walvis in zee te rollen?”
“Jaaaaaaa!” riepen alle Natuurclubleden tegelijk.
“Komen jullie me dan helpen?” vroeg Alfred.
En alle leden riepen: “Neeeeee!”
Gelukkig was de ‘nee’ van de Natuurclub
een schreeuwende zeemeeuw die Alfred wakker maakte.
Hij lag op het strand, de zon was al onder, nergens een walvis te bekennen.

Alfred was natuurlijk heel opgelucht,
zoals je dat bent als iets naars niet waar blijkt te zijn.
En toen hij in de trein terug naar huis door het raampje
naar de lichtjes van Grootwaterland tuurde
wist hij opeens waarom hij over een gestrande walvis had gedroomd.
De walvis leek wel een beetje op de families die in het Colombinehuis logeren.
dit huis ontvangt families met kinderen die het niet goed gaat.
Zij kunnen daar op krachten komen.
30 mei wordt gevierd dat het Colombinehuis 12,5 jaar bestaat.
Alfred zal daar zelf ook bij aanwezig zijn,
en Harald Siepermann die hem zo mooi heeft getekend,
het Alfred Jodocus Kwak kinderkoor én zijn stiefvader Henk de Mol,
die hem al stond op te wachten op het perron,
toen de trein het station van Polderstad binnenreed.
Max Douw
Klik hier voor meer informatie over de voorstelling.